Profiel
De Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman is een openbare school voor voortgezet onderwijs. De school maakt deel uit van de Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda (StOVOG) waaronder ook de zusterscholen het Coornhert Gymnasium en Het Segment, school voor praktijkonderwijs vallen.
De Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda heeft een drietal uitgangspunten in haar missie geformuleerd:
- Openbaar onderwijs
- Een kleinschalige leeromgeving
- Aandacht voor de individuele leerling
De Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman Leo Vroman probeert aan deze uitgangspunten invulling te geven.
Openbaar onderwijs
De GSG openbaar. Dat wil zeggen dat iemands levensovertuiging, cultuur, ras en maatschappelijke positie geen rol speelt bij de toelating. Iedereen is welkom. Onze school is een bonte verzameling van verschillende mensen met even zo veel verschillende meningen. Wij zien het als een uitdaging onze leerlingen juist met verschillen te leren omgaan en respect voor verschillen te leren opbrengen. In ieder geval is onze school een goede voorbereiding op een samenleving waarin het en samenwerken met verschillende mensen een belangrijke voorwaarde is.
Smalle scholengemeenschap
De GSG Leo Vroman is een smalle scholengemeenschap. Dat betekent dat wij naast vwo en havo bij de afdeling vmbo alleen het Mavo (de theoretische leerweg) in huis hebben. Wij kennen drie soorten brugklassen: atheneum-plus, atheneum/havo, havo/mavo.
Kleine scholengemeenschap
De GSG Leo Vroman telt omstreeks1250 leerlingen. Op de GSG Leo Vroman willen wij onze leerlingen in een niet te grootschalige leeromgeving begeleiden waarbinnen de leerling zich “gekend” kan voelen. Wij hebben er daarom voor gekozen onze leerlingen te verdelen over drie gebouwen.
Apart brugklasgebouw
Leo Vroman
De Goudse Scholengemeenschap draagt de naam van Leo Vroman.
Leo Vroman is een veelzijdig mens. In de Renaissance noemde men dat een “homo universale”: een universeel mens die zich verdiepte in meerdere disciplines van kunst en wetenschap.
Leo Vroman is een bekend Nederlands dichter, schrijver en een internationaal bioloog.
Hij is oud-leerling van deze school en zijn geboortegrond en roots liggen in Gouda. Leo Vroman belichaamt voor ons de cultuur en wetenschap die wij ook graag onze leerlingen willen bijbrengen. Daarnaast zijn de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan een belangrijk thema in zijn werk. Een thematiek waaraan wij ons graag verbinden in de zin van centrale waarden als tolerantie en verdraagzaamheid die een belangrijke rol spelen in de openbare school die we zijn.
Verjaardagsversje:
Heel veel dank, lieve scholieren.jpg)
Die mij overdonderden
Door mijn dag zo veelvuldig te vieren.
Wat zeg ik, vieren? Honderden!!
Hoe jullie allemaal samen
met gedichten, opspringende
kikkers en een zingende
taart overkwamen
was werkelijk heel heerlijk;
jullie staan nu bij elkaar
in een vrij grote doos
en practisch onontbeerlijk
blijven jullie daar
nog een poos.
Leo Vroman
Fort Worth, 13 april 2010
Administratie
Voor overkoepelende zaken die de school aangaan, kunt u terecht bij:
Centrale administratie
Direct leidinggevende: mevrouw D. de Bruijn
Rooster en Organisatie
Direct leidinggevende: de heer R. de Wit
Management
Schoolleiding
De eindverantwoording voor de school ligt bij de schoolleiding van de school die bestaat uit twee personen:
Rector:
De heer drs. H. van Tongerloo
Plaatsvervangend rector:
De heer drs. C.H.M. van der Klauw
telefonisch bereikbaar onder nummer 0182-513155
Units
De leerlingen worden ondergebracht in vier units in de school die onder leiding staan van een unitleider.
Unitleider brugklas
de heer H. Priem
Telefoon: 0182 - 519922
Unitleider leerjaar 2/3 Atheneum en Havo
mevrouw H. Gordijn
Telefoon: 0182 - 513155
Unitleider leerjaar 4,5, en 6 Atheneum en Havo
mevrouw S. van de Marel
Telefoon: 0182 - 513155
Unitleider Mavo, locatie Calslaan
de heer M. van de Ven
Telefoon: 0182 - 513596
Bestuur
De Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda (StOVOG) fungeert als het bevoegd gezag van de school.
StOVOG fungeert als het bevoegd gezag van het Coornhertgymnasium, GsG Het Segment, school voor praktijkonderwijs en de GSG Leo Vroman.
StOVOG kent een College van Bestuur (CvB) dat bestaat uit de drie directeuren van de afzonderlijke scholen en de directeur van het stafbureau.
Het toezicht wordt uitgeoefend door een Raad van Toezicht (RvT)
Correspondentieadres van het College van Bestuur:
Postbus 2134
2800 BG Gouda
0182-586890
Samenwerking
GSG Leo Vroman is een van de drie scholen die onderdeel uit maken van de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Gouda (StOVOG). Naast de GSG Leo Vroman zijn dit de scholen Het Segment en Coornhert Gymnasium.
Hieronder staan de links naar de websites van:
De school werkt daarnaast samen met een groot aantal externe partijen. Voorbeelden hiervan zijn:
- Samenwerkingsverband 'Om het Groene Hart'. Dit samenwerkingsverband kent een gezamenlijk Sociaal Statuut, het onderling uitwisseling van kennis en ervaring, het samen inkopen van deskundigheid en gezamenlijke vertegenwoordiging. De projecten op de gebieden onderwijs, personeelsbeleid, financiën en organisatie zijn vooral gericht op het inspireren en motiveren van leerlingen en medewerkers. Klik op de link voor de website van het samenwerkingsverband. Samenwerkingsverband Om het Groene Hart.
- Gemeente Gouda. De GSG werkt op tal van gebieden samen met de gemeente Gouda. Te denken valt aan de Brede School, schoolveiligheid, zorg, openbare orde ed.
- ID College Gouda. De school participeert in projecten die scholen voor voortgezet onderwijs in Gouda en omstreken samen met het ID College Gouda vormgeven.
- Hogeschool Rotterdam. Voor de opleiding, begeleiding en nazorg van nieuwe docenten werkt de GSG samen met de Hogeschool Rotterdam.
Leertraject binnen de GSG Leo Vroman | | type: pdf | size: 126 kB |
Klachtenprocedure
In eerste instantie is de mentor altijd de eerstaangewezen persoon waar u terecht kunt. Hij of zij zal in eerste instantie altijd de klacht met u bespreken. Afhankelijk van de klacht kan het echter ook voorkomen dat uw klacht behandeld wordt door iemand anders uit de schoolorganisatie, zoals een unitleider of een lid van de schoolleiding.
Het kan voorkomen dat u een klacht van dien aard heeft dat u met een externe, niet aan de school verbonden, vertrouwenspersoon wilt spreken. De aan de school verbonden vertrouwenspersonen kunnen u hierbij de weg wijzen.
Als u vindt dat uw klacht door de school niet naar volle tevredenheid is behandeld, kunt u zich uiteindelijk wenden tot het bevoegd gezag en uiteindelijk tot de Landelijke Klachtencommissie. Deze commissie geeft nadat de partijen zijn gehoord een advies over hoe de klacht opgelost zou kunnen worden. De klachtenregeling ligt op de school ter inzage.
Klachten die in ieder geval niet worden behandeld door de klachtencommissie, zijn klachten waarbij u beroep of bezwaar kunt aantekenen tegen een besluit. Het gaat hierbij om de volgende besluiten:
· een besluit tot (niet) toelating tot een school;
· een besluit tot verwijdering als disciplinaire maatregel;
· een besluit in het kader van toepassing van de Leerplichtwet;
· een besluit in het kader van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.
In de betreffende besluiten staat altijd vermeld bij wie en binnen welke termijn u bezwaar / beroep kunt aantekenen.
Kwaliteitszorg
De school doet voortdurend pogingen te analyseren in hoeverre zij als onderwijsinstelling voldoet aan de eisen die aan haar worden gesteld. Van uit verschillende invalshoeken tracht de GSG Leo Vroman de kwaliteit te bewaken.
De resultaten van de leerlingen in alle leerjaren en op het eindexamen zijn van belang, maar ook de wijze waarop onderwijs wordt verzorgd en de wijze waarop de leerlingen de school en het onderwijs ervaren. Het belangrijkste gegeven is misschien wel de succeskans in het vervolgonderwijs ná de middelbare school. Die laatstgenoemde resultaten zijn echter op dit moment nog slechts zelden voorhanden.
Interne en externe analyse
De school wordt door de inspectie van het voortgezet onderwijs of op eigen initiatief op gezette tijden onderworpen aan externe kwaliteitsmetingen.
Voorts vindt er voortdurend gestructureerd overleg plaats tussen management en docenten, waarin niet alleen de resultaten van de leerlingen, maar ook het pedagogisch-didactisch handelen en de sfeer in de school belangrijke componenten vormen.
Vensters voor Verantwoording
In Vensters voor Verantwoording presenteren scholen in het voortgezet onderwijs hun schoolprestaties aan de hand van twintig indicatoren, waaronder examencijfers, schoolklimaat en veiligheid of financiën. Vensters voor Verantwoording is een project van de VO-raad, waarbij alle cijfermatige informatie over scholen voor voortgezet onderwijs wordt verzameld in één systeem. De informatie is afkomstig van bijvoorbeeld DUO (voorheen Cfi), Onderwijsinspectie en van de scholen zelf. Scholen kunnen vervolgens de gegevens over hun eigen school, via een link publiceren op hun website. Resultaten worden vergeleken met landelijke gemiddelden.
Klik op onderstaand icoon om het Venster van de GSG Leo Vroman te bekijken:
of klik op deze link.
Maatschappelijke Stage
Arbeidsoriëntatie
Mee naar het werk
Het decanaat aan de GSG Leo Vroman
De school heeft voor iedere afdeling een decaan benoemd:
MAVO mevrouw A. Frissel
HAVO mevrouw M. Frank
Atheneum de heer W. Engel
Ga naar de website van de decaan via onderstaande link: www.leovroman.dedecaan.net
Decanen zijn leerling-begeleiders met een speciale taak, nl. het begeleiden van leerlingen wat betreft de studie- en beroepskeuze.
De decanen zijn “eerste-lijn-decanen”, d.w.z. dat zij zelf het praktische werk, zoals het geven van keuzelessen en het voeren van keuzegesprekken, uitvoeren.
Uitgangspunten
De decanen zijn van mening, dat in de keuzebegeleiding de leerling centraal moet staan. De keuze voor een eerste lijn decanaat leidt er toe, dat de lijnen naar de decanen kort zijn, de deuren staan open zodat er veel mogelijkheden zijn om met of zonder ouders afspraken te maken. Wij houden geen spreekuren, die een beperkend effect zouden kunnen op de mogelijkheid advies te krijgen.
De loopbaanoriëntatie – begeleiding krijgt in de loop van de schoolloopbaan van de leerling meer en meer een “vraaggestuurd” karakter. Leerlingen zijn in de verschillende fasen van hun ontwikkeling toe aan verschillende stappen in het proces. Zij zetten deze stappen niet allemaal op hetzelfde moment. De verschillen tussen leerlingen op dit terrein nemen toe naarmate zij dichter bij het eindexamen komen. Wij gaan dus meer en meer rekening houden met de wensen en noden van de individuele leerling.
Dat betekent niet, dat de decanen een afwachtende houding aannemen en pas in actie komen als er een leerling voor het bureau verschijnt. Wij ontwikkelen een programma, waarin de leerlingen worden uitgenodigd de decanen in te schakelen bij het doorlopen van hun keuzeproces en zij binnen de mogelijkheden die leerlingen van hun leeftijd hebben hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Het proces loopt vanaf klassikale, door de decaan in de rol van docent gestuurde lessen via lessen waarin de decaan meer als coach optreedt naar individuele trajecten.
Ook als eerste lijn decanen beseffen wij, dat de keuze van profielen, sectoren, opleidingen en beroepen niet in een vacuümplaatsvindt. Wij stellen er dan ook prijs op zoveel mogelijk samen te werken met de andere begeleiders van onze leerlingen. Om die reden is er regelmatig overleg met de mentoren en de teamleiders en wonen de decanen de leerlingbesprekingen en rapportvergaderingen bij. Dit overleg vindt niet altijd plaats in een formele vergadering, maar juist door de kleinschaligheid van de school kan dit op een natuurlijke manier gebeuren in de “wandelgangen”. Daarnaast is het van belang om goed contact te hebben met de ouders, die per slot van rekening de leerling heel na staan en daarom misschien wel de belangrijkste rol hebbenbijde keuzes van het hun kinderen.
Ten slotte verwijzen wij voor een globale beschrijving van de LOB per afdeling naar de verschillende bestanden voor MAVO, HAVO en VWO decanaat op deze site.
Mentor
In de begeleiding en zorgstructuur van De GSG Leo Vroman neemt de mentor een centrale rol in. Als we de begeleiding grofweg in drie componenten verdelen: leren leren, leren leven en leren kiezen, dan is bij de eerste twee van die componenten de mentor – zeker in de eerste twee leerjaren – de belangrijkste functionaris waar de leerling mee te maken heeft.
Leren leren
vakoverstijgende vaardigheden: in het brugjaar, in het tweede en in het derde leerjaar wordt naast het mentoruur extra aandacht besteed aan deze vaardigheden. Er wordt o.a. gebruik gemaakt van een door de GSG Leo Vroman zelf ontwikkelde methode.
Leren leven
Vanuit de gedachte dat voorkomen beter is dan genezen en dat een goede sfeer in de klas een noodzakelijke voorwaarde is voor het goed functioneren van leerlingen, wordt in het begin van zowel de eerste als de tweede klas uitgebreid aandacht besteed aan het kweken van een groepsband. Dit is de centrale doelstelling van zowel het brugklaskamp als de kennismakingsdag van de tweede klas. (Door de opzet van onze eerste twee leerjaren zal bijna elke tweede klas samengesteld zijn uit leerlingen uit meerdere brugklassen.) Tijdens de mentorlessen in de loop van het jaar worden de in het begin bereikte resultaten onderhouden en verder verbreed.
Leren kiezen
Bij leren kiezen heeft de decaan een meer centrale rol.
Naast bovengenoemde preventieve onderdelen van het mentorwerk heeft de mentor ook een curatieve taak. Als onverhoopt de sfeer in de klas verslechtert, als een leerling niet goed in zijn vel zit, als de studieresultaten van de groep of van individuen in de groep achteruitgaan, zal de mentor dat als eerste signaleren en ook als eerste actie ondernemen.
De mentoren van elk leerjaar hebben regelmatig collegiaal overleg, onder voorzitterschap van de afdelingsleider. Dit overleg functioneert onder andere als eerste klankbord en referentie voor de mentor bij zijn begeleidingswerk. Daarnaast is er geregeld overleg tussen mentor en de afdelingsleider.
Leerlingbegeleider
Iedere brugklas en tweede klas krijgt bij het begin van het schooljaar twee of drie leerlingbegeleiders uit de derde klas en hoger. Deze leerlingbegeleiders zijn aanwezig bij brugklaskamp, schoolfeesten en activiteiten van de klas, zoals bijvoorbeeld Sinterklaas. De leerlingbegeleiders staan dichtbij de leerlingen, helpen hen wegwijs te maken in school en helpen met de manier van leren. Ook voor vragen van meer sociale of emotionele aard kunnen de leerlingen bij deze begeleiders terecht. Zij kunnen zich immers goed in de leerlingn verplaatsen, omdat ze recent zelf in dezelfde situatie verkeerden. De leerlingbegeleiders staan in contact met de mentor en de afdelingsleider.
Dyslexie
Diagnose
Als een leerling op de basisschool een erkende dyslexieverklaring heeft gekregen, neemt de school die over. Zoals beschreven onder het kopje screening taalniveau brugklassers kan het gebeuren dat leerlingen pas bij ons in de brugklas dyslectisch worden bevonden. (Het kan zelfs gebeuren dat een leerling pas in een hoger leerjaar als dyslectisch herkend wordt.) Wanneer de testen door de psycholoog/orthopedagoog uitwijzen dat een leerling dyslectisch is, volgt een verklaring met daarin adviezen voor zowel op school als thuis. De dyslexiecoach ontvangt een kopie van het rapport van de dyslexietest via de ouders. Deze zal met de ouders het rapport bespreken en hen informeren over het dyslexiebeleid en eventueel te nemen stappen voor ondersteuning thuis of voor externe hulp. De GSG Leo Vroman biedt geen remedial teaching. De dyslexieverklaring zal digitaal worden opgeslagen in het schooladministratiesysteem Magister.
Mentor
De dyslexiecoach informeert ook de mentor. De mentor zorgt ervoor dat alle vakdocenten die lesgeven aan de dyslectische leerling op de hoogte zijn van de faciliteiten, die aan de leerling worden geboden. Bij voorkeur gebeurt dit meteen aan het begin van het schooljaar, of zodra de dyslexieverklaring binnen is. De mentor draagt ook zorg voor de geheugensteunkaart voor de leerling, waarop de plichten (zie onder kopje voorzieningen) en faciliteiten genoteerd staan. Een kopie van de kaart komt in het dossier van de leerling. De leerling dient de geheugensteunkaart altijd bij zich te hebben en bij toetsen zichtbaar op de hoek van zijn tafel te leggen.
Algemene faciliteiten
Er zijn op de school algemeen geldende afspraken over de faciliteiten die worden verleend aan dyslectische leerlingen. Deze zijn:
• toetsen in een voldoende groot lettertype (Arial 12 punts) ;
• een duidelijke lay-out van de toets (er is meer ruimte tussen de opgaven en de toets is overzichtelijk opgemaakt);
• toetsen die door de uitgever worden gemaakt en niet door de vakdocent kunnen worden aangepast, worden, indien gewenst, op een A3-formaat gekopieerd;
• extra tijd bij veel leeswerk bij toetsen en of opdrachten (ca.20% van de toetstijd);
• aangepaste spellingsnormering bij de moderne vreemde talen. Voor Nederlands geldt deze aangepaste spellingsnormering de eerste twee leerjaren. Vanaf leerjaar drie wordt bij Nederlands geen spellingscoulance meer toegepast. Dit heeft te maken met het feit, dat er op het Centraal Examen geen spellingcoulance meer wordt toegepast.
• leerlingen hebben het recht op audio (voorlezen) tijdens de eindexamens.
Leerling-gebonden faciliteiten
Daarnaast kunnen er leerling-gebonden afspraken zijn. Deze opmaatafspraken hangen af van de mate van dyslexie en de ernst van bijkomende problemen. Hierbij moet gedacht worden aan het geven van extra tijd voor het maken van toetsen van twee moderne vreemde talen in plaats van op twee opeenvolgende dagen. De leerling moet dan wel deze afspraak vooraf maken met de betreffende docenten.
Geheugensteunkaart
Op de geheugensteunkaart komen behalve de overeengekomen faciliteiten met de leerling, ook de inspanningsverplichtingen van de leerling te staan. Op deze manier willen we de leerling bewust maken van de samenwerking tussen docent en leerling. Daarvoor is het noodzakelijk dat niet alleen de faciliteiten worden weergegeven, maar ook de plichten, die een leerling heeft om, ondanks zijn dyslexie, zich maximaal in te zetten. In dit kader kan gedacht worden aan een afspraak dat een leerling per dag minimaal een half uur aan de moderne vreemde talen besteedt of ervoor zorgt dat hij alle werkstukken op de computer maakt, waarbij hij gebruikmaakt van spellingscontrole. Een leerling moet er ook zorg voor dragen dat hij goede aantekeningen heeft bij de leerstof. Dit hoeven niet per se zijn eigen aantekeningen zijn. Sommige dyslectische leerlingen hebben moeite met luisteren en aantekeningen maken tegelijkertijd in de les. Daarom kunnen ze, uiteraard in overleg met de docent, ervoor kiezen om te luisteren tijdens de les en de aantekeningen van een medeleerling te kopiëren. De leerling is hiervoor zelf verantwoordelijk en niet de docent. Ook het goed opschrijven van huiswerk en repetities is een inspanningsverplichting, met name in de lagere leerjaren. (In de hogere leerjaren zal Teletop steeds meer als agenda dienen) Omdat we een samenwerkingsverband met de leerling aangaan, zal de restrictie worden opgenomen, dat, wanneer een leerling zich niet houdt aan de gemaakte afspraken, hij het recht op de faciliteiten verliest. Daarnaast kan hij ook de school aanspreken op de overeengekomen afspraken.
Overige leerstoornissen
Voor de overige leerstoornissen (bijvoorbeeld dyscalculie, dyspraxis, non-verbale leerstoornissen, beelddenkers) bestaat geen specifiek beleid. Mentor, ouders en afdelingsleider onderzoeken in gezamenlijk overleg welke problemen er zijn en welke mogelijkheden de school heeft om daar rekening mee te houden. Die mogelijkheden zijn beperkt, aangezien de school hier geen uitgebreide voorzieningen voor heeft. Kennis van zaken en begrip kunnen echter vaak al wonderen doen. De mentor zorgt dat de vakdocenten goed geïnformeerd worden (tips, aandachtspunten) en dat de informatie adequaat aan de volgende mentor doorgegeven wordt, zodat de ouders niet elke keer het hele verhaal hoeven te doen. Net als bij dyslexie geldt dat een leerstoornis geen reden is om vrijstelling voor een vak te geven.
Pestaanpak
Mentoren en afdelingsleiders spelen een belangrijke rol bij het signaleren van pesten.
Aan het begin van het schooljaar maken de mentoren afspraken over het vermijden van, signaleren van en het omgaan met pestgedrag. Daarbij wordt onder meer dit protocol besproken. Centraal staat de afspraak dat leerlingen, indien er pestgedrag wordt waargenomen, hiervan altijd melding maken bij hun mentor of afdelingsleider.
Indien een leerling zich voor de eerste keer schuldig maakt aan pestgedrag, dan wordt door de school als volgt gehandeld:
• De mentor en de afdelingsleider zullen afzonderlijk met de pester en hun slachtoffer spreken.
• De mentor bespreekt het pestgedrag in zijn mentorles en kan daarbij gebruik maken van door de school verstrekt lesmateriaal.
• De afdelingsleider legt de pester aan de hand van het schoolplan en het pestprotocol uit waarom pesten op onze school niet wordt getolereerd. De pester krijgt een waarschuwing van de afdelingsleider. Een schriftelijke neerslag van deze waarschuwing komt in het dossier van de betreffende leerling. Tevens kan de interne vertrouwenspersoon gewaarschuwd.
• De mentor neemt contact op met de ouders van het slachtoffer en van de pester.
• In zeer ernstige gevallen behoort het oproepen van ouders, aangifte bij de politie, schorsing en eventuele verwijdering van school tot de mogelijkheden.
Indien een leerling zich vaker aan pestgedrag schuldig maakt, dan wordt door de school als volgt gehandeld:
• De afdelingsleider spreekt met de pester en het slachtoffer en neemt contact op met hun ouders. De ouders van de pester worden door de afdelingsleider op de hoogte gebracht van de hieronder beschreven stappen.
• Wanneer het pestgedrag systematisch dreigt te gaan worden, volgt er een strafmaatregel. Hiertoe kan een schorsing van één of meerdere dagen behoren.
• De mentor bespreekt het pesten indringend met zijn klas, waarbij gebruikt gemaakt kan worden van door de school verstrekt lesmateriaal.
• De interne vertrouwenspersoon wordt ingelicht.
• De directie wordt tevens ingelicht.
• Indien nodig, wordt contact gezocht met maatschappelijk werk. Met behulp van het schoolmaatschappelijk werk kan een begeleidingstraject worden uitgezet voor zowel de dader als het slachtoffer en, indien noodzakelijk, voor de klas waarin wordt gepest.
• In zeer ernstige gevallen –ter beoordeling van de schoolleiding – kan van het bovenstaande worden afgeweken: overplaatsing naar een andere klas, aangifte bij de politie en verwijdering van school behoort dan tot de mogelijkheden.
Het schoolbestuur kent een pestprotocol, het pestprotocol kunt u hieronder openen.
Rugzakleerlingen
Voor plaatsing van leerlingen die extra hulp nodig hebben, cluster 1(leerlingen met een visuele beperking), 2(leerlingen met een auditieve beperking), 3(leerlingen die chronisch ziek zijn) en 4(leerlingen met gedragsproblemen)-leerlingen wordt ouders aangeraden om vooraf een gesprek te hebben. Dit gesprek wordt gevoerd met de afdelingsleider en de zorgcoördinator. In dit gesprek moet naar voren komen welke hulp en veiligheid deze leerlingen geboden kunnen worden. In dit gesprek kan ook naar voren komen, dat een plaatsing wordt afgeraden.
Een afwijzing gaat in goed overleg, er zal geprobeerd worden duidelijk te maken waarom een leerling niet aangenomen kan worden. Er wordt uitgegaan van het kind, waar is deze leerling het beste af. Waar wordt het kind gelukkig, sociaal emotioneel en cijfermatig.
Beleidsplan agressie, geweld, incidenten, waaronder pestprotocol | | type: pdf | size: 209 kB |
Schooltijden
| lesuur | tijd | belsignaal |
| 08:15 uur | ||
| 1e lesuur | 08:20 – 09:05 uur | 08:20 uur |
| 2e lesuur | 09:05 – 09:50 uur | 09:05 uur |
| 1e pauze | 09:50– 10:10 uur | 09:50 |
| 10:05 uur | ||
| 3e lesuur | 10:10 – 10:55 uur | 10:10 uur |
| 4e lesuur | 10:55 – 11:40 uur | 10:55 uur |
| 2e pauze | 11:40 – 12:10 uur | 11:40 |
| 12:05 uur | ||
| 5e lesuur | 12:10 – 12:55uur | 12:10 uur |
| 6e lesuur | 12:55 – 13:40uur | 12:55 uur |
| 3e pauze | 13:40 – 14:00 uur | 13:40 uur |
| 13:55 uur | ||
| 7e lesuur | 14:00 – 14:45 uur | 14:00 uur |
| 8e lesuur | 14:45 – 15:30 uur | 14:45 uur |
| 9e lesuur | 15:30 - 16:15 uur |
15:30 uur Geldt alleen op maandag + woensdag |
N.B. Lestijden zijn geen schooltijden. Leerlingen kunnen verplicht worden eerder op school te komen of langer op school te blijven als gevolg van extra lessen, inhalen van proefwerken en achterstallig werk, voor begeleidingsactiviteiten of straffen. De schooldag kan in zulke gevallen beginnen om 7:45 uur en eindigen om 16:30 uur.
Vakantieregeling voor het schooljaar 2011-2012
| Herfstvakantie | ma | 17 okt 2011 - | vr | 21 okt 2011 |
| Kerstvakantie | ma | 26 dec 2011 - | vr | 06 jan 2012 |
| Voorjaarsvakantie | ma | 20 feb 2012 - | vr | 24 feb 2012 |
| Goede Vrijdag en 2e Paasdag | vr | 06 apr 2012 - | ma | 09 apr 2012 |
| Meivakantie | ma | 30 april 2012 - | vr | 04 mei 2012 |
| Hemelvaartsdag | do | 17 mei 2012 - | vr | 18 mei 2012 |
| Pinksteren | ma | 28 mei 2012 | ||
| Zomervakantie | ma | 09 juli 2012 - | vr | 24 aug 2012 |
Vakantieregeling voor het schooljaar 2012-2013
| Herfstvakantie | ma | 15 okt 2012 - | vr | 19 okt 2012 |
| Kerstvakantie | ma | 24 dec 2012 - | vr | 04 jan 2013 |
Verlofaanvraag
Financiën
De hieronder vermelde bedragen zijn die van het schooljaar 2010-2011. U moet rekening houden met mogelijke verhogingen voor het komende schooljaar.
schoolboeken
De leerlingen van de school worden in de gelegenheid gesteld de schoolboeken te huren via Iddink via de website
www.iddink.nl . Sinds 2008 is er een wet waarin is geregeld dat alle leerlingen in het middelbare onderwijs gratis schoolboeken krijgen. Hierin zijn niet begrepen eigen hulpmiddelen, zoals examenbundels en rekenmachines. Voor het gebruik van de boeken wordt een borg van € 75,- in rekening gebracht. Als de boeken (netjes) worden ingeleverd, wordt de borg terugbetaald.
Schoolfonds en vrijwillige ouderbijdrage
Voor het zogenaamde schoolfonds wordt voor iedere leerling een bijdrage van € 82,- in rekening gebracht. Deze bijdrage dient uitgaven te compenseren waarvoor het rijk geen of een te geringe vergoeding toekent. Uit het Schoolfonds worden de volgende zaken betaald:
- kopieerkosten voor extra ondersteunend materiaal;
- buitenschoolse activiteiten;
- verbruiksmateriaal voor de vakken beeldende vorming, techniek, verzorging en biologie;
- keuzebegeleidingsmateriaal;
- ééndaagse excursies;
- sportkeuzebegeleiding;
- een schoolongevallenverzekering voor de leerlingen.
Wanneer ouders/verzorgers (een deel) van de schoolfondsbijdrage niet wensen te betalen, kan de leerling geen gebruik maken van de genoemde collectieve faciliteiten.
brugklaskamp
De kosten voor het brugklaskamp bedragen circa 90 euro.
kluisjes
Op al onze gebouwen bestaat de mogelijkheid om een garderobekluisje te huren voor het bewaren van eigendommen.
Een kluisje kan worden aangevraagd op de locatie waar de lessen worden gevolgd. De huur bedraagt € 15 inclusief € 7,50 statiegeld. De verhuur van de garderobekluisjes moet worden gezien als een aanvullende faciliteit die de school biedt. De huur staat dan ook geheel vrij. De school kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele vermissing.
verzekering
De school heeft voor alle leerlingen een collectieve ongevallenverzekering afgesloten. Hierbij zijn de leerlingen o.a. verzekerd voor geneeskundige kosten die ontstaan bij ongevallen tijdens de schooluren in en om de schoolgebouwen, op schoolfeestjes en ook tijdens schoolexcursies. Het betreft een verzekering die moet worden gezien als een aanvulling op de eigen ziektekostenverzekering. In voorkomende gevallen moet dan ook eerst de eigen ziektekostenverzekering worden aangesproken.
aansprakelijkheid
De school is niet aansprakelijk voor schade, verlies of diefstal van goederen in of rondom de gebouwen van de school.
kosten atheneum plus
Er zijn extra kosten verbonden aan deelname aan de A+ klas. De extra bijdrage bedraagt € 210,- per jaar. Met deze bijdrage worden extra activiteiten bekostigd, zoals extra multimediagebruik, het Anglia-project en dagexcursies. Een deel van de meerdaagse excursiereis naar Berlijn in het derde leerjaar is inbegrepen in de prijs.
kosten sportklas
Bij deelname aan de sportklas wordt een extra bijdrage gevraagd van € 260,-. Met deze bijdrage worden de kosten betaald voor het huren van de sportaccommodaties, het inhuren van sportinstructeurs en sportstages. Een deel van de meerdaagse wintersportreis in het derde leerjaar is inbegrepen in de prijs.
Ouderraad
Waarom een ouderraad?
Het bestuur en personeel van de GSG Leo Vroman vinden het van belang dat de stem van ouders wordt gehoord. Daarom draait de ouderraad al vele jaren op enthousiaste ouders.
Financiën en de ouderraad
Met de jaarlijkse ouderbijdrage worden veel initiatieven in en rondom de school gefinancierd.
In de afgelopen jaren werden met bijdragen van de ouderraad zaken als woordenboeken en atlassen aangeschaft, zodat de leerlingen deze boeken niet naar en van school hoeven mee te nemen. Verder zijn er digitale roosterborden aangeschaft en werden het studiecentrum en de bibliotheek opgefrist.
Tevens wordt tijdens het bovenbouwfeest de beveiliging gesponsord en wordt tijdens het onderbouwfeest betaald voor de discolampen. Kortom, het doel van de ouderraad is om het leef- en studieklimaat op school zo optimaal mogelijk te maken.
De signalen die ons vanuit de ouders bereiken proberen wij op een positieve manier onder de aandacht van het management en het personeel van de GSG Leo Vroman te brengen.
Wat doet de ouderraad?
In de afgelopen jaren heeft de ouderraad vele activiteiten georganiseerd zoals:
-
aanwezig zijn op de jaarlijkse open avond voor nieuwe leerlingen en hun ouders;
-
uitdelen van chocoladeletters tijdens de sinterklaasviering;
-
helpen organiseren van het examenfeest. Tijdens dit examenfeest is de ouderraad druk met het versieren van de school, het maken van corsages en het uitdelen van het fel begeerde T-shirt van de school;
-
hand- en spandiensten verzorgen aan de levendige toneelclub van de GSG Leo Vroman;
-
bespreken van thema’s als veiligheid in en op school en alcohol- en drugsgebruik.
De ouderraad
De ouderraad bestaat op dit moment uit tien ouders. We vergaderen eens in de zes tot acht weken. Tijdens deze vergaderingen is ook de schoolleiding vertegenwoordigd. In de medezeggenschapsraad zit een afgevaardigde van de ouderraad.
Jaarvergadering ouderraad
Ieder jaar wordt in oktober of november een jaarvergadering georganiseerd.
Naast bespreken van het jaarverslag en het financiële jaarverslag is er ruimte voor een thema.
In de afgelopen jaren waren er de volgende thema’s: drugs, pesten, avond rond Leo Vroman en lerarentekort.
De activiteiten van de ouderraad zijn te volgen via deze website.
U kunt ons natuurlijk ook mailen, ouderraad@gsgleovroman.nl.
Ouderavonden
Op dit moment kunt u zich niet aanmelden voor een ouderavond.
Ca. twee weken voor een geplande ouderavond wordt de mogelijkheid van digitaal aanmelden geopend. Het is hiervoor nodig dat uw emailadres bekend is bij de GSG Leo Vroman.
Heeft u zich nog niet aangemeld, dan kunt u een mail sturen naar info@gsgleovroman.nl.
Bij wie terecht?
Klankbordgroep
De GSG Leo Vroman wil graag van de ouders horen wat er goed gaat op de school en wat er beter kan. Daar voor bestaan in de verschillende afdelingen en leerjaren zogenaamde klankbordgroepen. In een ongedwongen sfeer praten ouders en leden van de schoolleiding met elkaar over het wel en wee van de school.
Contactmogelijkheden
Route
Met het openbaar vervoer
Vanaf het station liggen de gebouwen aan de Burg. Martenssingel op 15 minuten loopafstand; het gebouw aan de Calslaan op 20 minuten.
Hoofdgebouw: Burg. Martenssingel
Lopend vanaf het station
- Verlaat het station aan de centrumzijde
- Ga linksaf evenwijdig aan de spoorbaan (richting Utrecht).
- Je gaat een viaduct over en loopt nog steeds langs de spoorbaan over de Noothoven van Goorstraat.
- Sla de achtste zijstraat (Cornelis Ketelstraat) aan je rechterhand in.
- Loop deze uit tot je aan de Karnemelksloot komt.
- Ga de brug over en loop recht door.
- Je komt dan vanzelf op de Burg. Martenssingel waar je aan je rechterhand op nr. 15 het Hoofdgebouw ziet liggen.
Met de bus
Bus 3 komt in de buurt van de Burg. Martenssingel.
Halte Bothastraat / Krugerlaan
Bloemendaal: Calslaan
De bussen 1 en 178 komen in de buurt van de Calslaan.
Halte Groen van Prinsterersingel
Brugklasgebouw
De bussen 106 (dit is alleen in de ochtenduren een taxibus), 180, 196 en 197 komen bij het brugklasgebouw.
Halte Fluwelensingel bij de Doelenbrug.
Vanuit de volgende gemeenten rijden bussen naar Gouda:
Oudewater en Haastrecht bus 180
Stolwijk bus 197
Bodegraven bus 178
Moordrecht bus 190
Gouderak bus 196
Reeuwijk bus 178
Nieuwerkerk a/d IJssel bus 190
Waddinxveen bus 186 en bus 187
Contact
De Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman is gevestigd in drie gebouwen.
BrugklasgebouwBurg. Martenssingel 72 |
De GSG Leo Vroman heeft een bewuste keuze gemaakt voor kleinschaligheid. Onze leerlingen zijn dan ook ondergebracht in drie gebouwen zodat op die drie locaties de persoonlijke aandacht gewaarborgd is. Het brugklasgebouw herbergt alle brugklasleerlingen in een gebouw dat iets groter is dan een flinke basisschool. De leerlingen krijgen voor een groot deel in dit gebouw les met hun leeftijdgenoten en van een vaste groep docenten.
Een gedeelte van de lessen vindt plaats in vaklokalen op het hoofdgebouw. De brugklassers wennen zo alvast voorzichtig aan de oudere leerlingen van onze school. |
|
De leerlingen van het 2e leerjaar HM en AH de leerlingen van havo 3, 4 en 5 en de leerlingen van atheneum 2 tot en met 6 hebben les op het hoofdgebouw. |
|
De leerlingen van mavo 2, 3 en 4 hebben les in het gebouw aan de Calslaan in het scholengebied van de wijk Bloemendaal. Ook dit gebouw is, net als het brugklasgebouw, een kleiner gebouw met een aparte sfeer en gelegenheid tot veel persoonlijke aandacht. |
Ziek- en absentiemeldingen
Voor ziek- en absentiemeldingen belt u naar het adres waar de leerling les heeft:
Brugklas 0182-519922
Mavo 2, 3 en 4 0182-513596
Overige leerjaren 0182-513155
Meer informatie?
Voor vragen kan het onderstaande formulier worden ingevuld.
Download de schoolgids | type: pdf | size: 259 kB |

